Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 19 juni 2020

Spreektekst Janneke van Kessel – klimaatadaptatie

Voorzitter,

Bij verdroging denken we vaak aan droge akkers, maar het is veel meer dan dat. Een laag grondwaterpeil, het veiligstellen van drinkwater, schade aan natuur en uitsterven van soorten, overstromingen en het verzakken van woningen.

Brabant verandert. En wij moeten mee veranderen zodat we ook in de toekomst om kunnen gaan met de veranderingen in het klimaat. Kortom klimaatadaptatie.

Wij van D66 we hebben het al vaker ter sprake gebracht, bijvoorbeeld in het stikstofdebat en bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Maar het begrip klimaatadaptatie is een soort, niet echt sexy, containerbegrip dat bij weinig mensen tot de verbeelding spreekt. En dat is jammer, want het is een van de grootste uitdagingen voor onze provincie.

Voelbaar waren de effecten in ieder geval ook deze week. Na alle buien en wateroverlast in van steden als Tilburg en Helmond, lijkt de droogte problematiek misschien weer voor even mee te vallen. Maar volgende week lopen de temperaturen weer op en neemt de verdamping weer toe. Door de droogte is de grond eerder verzadigd en zakt het water niet goed weg, waardoor er veel water weer meteen wordt afgevoerd in plaats van dat het in de diepere grondwaterlagen terecht komt.

Het vasthouden van water is de grootste uitdaging, en het beschermen van onze Brabantse natuur speelt daarin een belangrijke rol. Vegetatie houdt water langer vast en fungeert als buffer tegen extremen. Tevens zorgen bomen en planten voor een natuurlijke manier van verkoeling, waarmee hittestress kan worden tegengegaan.

Het verbeteren van natuurwaarden zal leiden tot een natuur die zichzelf onderhoud. Dit zal enorme besparingen opleveren.

D66 onderschrijft de noodzaak en urgentie van het aanpakken van de droogte problematiek en de daarbij horende systeemveranderingen. Hierbij hoort uiteraard geld om zo de voornemens die in deze klimaatvisie staan te realiseren. Het is belangrijk dat er stevig wordt ingezet op het klimaatrobuust maken van Brabant.

Dit betekent ook dat er meer regie en controle moet komen op bv de massale beregening in de landbouw. Want door de droogte is er in de zomer veel bewatering, wat het probleem van de grondwaterstanden alleen maar verergerd. Maar in de winter moet het water zo snel mogelijk worden afgevoerd anders worden de akkers te nat. We moeten hier anders mee omgaan, het huidige systeem is failliet. Hoe kijkt de gedeputeerde hier tegen aan?

De voorliggende Visie is nog erg op hoofdlijnen maar geeft al wel een aantal duidelijke keuzes en richtingen aan, zoals de gebiedsgerichte benadering op basis van deelstroomgebieden en het nemen van noodzakelijke maatregelingen ook buiten de natuurgrenzen. D66 is erg benieuwd naar de verdere uitwerking van de visie in het regionaal programma water en bodem. Wat kan de Gedeputeerde hier al over kwijt?

Er is voor de uitwerking van het bestuursakkoord “ kiezen voor klimaat” 68 milj gereserveerd, waarvan 33 milj ter besluitvorming nu voorligt. Omdat kiezen voor het klimaat voor de partij van deze gedeputeerde niet vanzelfsprekend is, hangt voor D66 goedkeuring voor de vrijval van deze middelen af van het vertrouwen in deze gedeputeerde. Daarom hebben wij nog de volgende vragen over hoe hij de zaken verder wil gaan uitwerken of concretiseren:

  • In 2020 wordt er een provinciale stresstest uitgevoerd voor onze provincie, kan de gedeputeerde ons hier iets meer over vertellen? Zoals hoe gaat dat in zijn werk en wanneer zijn deze resultaten beschikbaar voor ons als Staten? Hoe gaat de gedeputeerde de verwachte uitkomsten gebruiken in het kader van deze klimaatadaptatievisie?
  • In de visie staat duidelijk aangegeven dat de afspraak wordt: niet meer water onttrekken dan er wordt aangevuld. Hoe gaat de gedeputeerde dit inzichtelijk krijgen en hoe gaat hij ingrijpen wanneer niet aan die voorwaarde wordt voldaan?
  • In de visie wordt het risico van het niet grootschalig genoeg inzetten van de maatregelingen rondom natuurgebieden benoemd. Daarbij wordt gebrek aan draagvlak of te weinig mogelijkheden om bestaand gebruik aan te passen als mogelijke redenen genoemd. Hoe schat de gedeputeerde dit risico in en welke maatregelingen gaat hij inzetten om dit te voorkomen?
  • Tevens wordt er gesteld dat de provincie meer de rol als “presterende overheid” op zich gaat nemen gezien de achterblijvende voortgang. Hoe kijkt de gedeputeerde aan tegen uiteindelijke onteigening van gronden indien dit noodzakelijk is om gestelde doelen te behalen?

Voorzitter, tot zo ver, D66 kijkt uit naar de beantwoording van de gedeputeerde.