Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 17 januari 2019

Spreektekst Ine Meeuwis Energie Agenda

Voorzitter, het is vijf voor twaalf als het om het klimaat gaat.

We moeten vaart maken met de energietransitie. Het roer moet radicaal om voor een leefbare wereld, voor een leefbaar Brabant, nu en in de toekomst. De urgentie is groter dan ooit. Niets doen is geen optie. Positief benaderen wel. Want deze maatschappelijke opgave ligt er voor iedereen.
Mede vanwege landelijke en Europese ontwikkelingen en actualiteiten, zoals het Parijs-akkoord en het Klimaatakkoord, zet de Brabantse Energieagenda 2030 die nu voorligt, de urgentie van de energietransitie en de noodzaak van versnelling centraal. Want er is én meer inspanning én meer versnelling én meer innovatie nodig.

Brabant heeft een forse ambitie, met 100% duurzame energie in 2050 en 50% in 2030. Er is beperkte tijd en we hebben een beperkt budget. Er zijn dus forse investeringen nodig. In kennis, kunde en slimme regelgeving, en in euro’s. Want als Brabant op de huidige weg doorgaat, dan halen we onze ambitie niet. Er is een omschakeling nodig, een omschakeling van een centraal gestuurd, fossiel energiesysteem naar een decentraal duurzaam energiesysteem.
We kunnen de energietransitie misschien niet altijd leuker maken, maar wel acceptabeler en socialer.

Want het goede nieuws is dat de ambitie haalbaar en bereikbaar is. Dat blijkt uit het haalbaarheidsonderzoek dat de provincie heeft laten uitvoeren door de TU Eindhoven. Maar, de provincie kan dat niet alleen. Zeker op energiegebied willen we volop met anderen samenwerken: gemeenten, woningcorporaties, MKB, hightechbedrijven, vervoersector, energieproducenten, etc. Overal wordt al samengewerkt De provincie kan relaties leggen en partijen aan elkaar verbinden.

Het doel van de Energieagenda om de CO2-uitstoot terug te dringen, om energie te besparen en om duurzame energie in te zetten komt overeen met de nationale, Europese en mondiale doelen, dus dat is helder.

De strategie van de provincie Brabant richt zich op het mobiliseren van de samenleving voor de energietransitie, op het selectief en slim selecteren van koplopers en op het slim integraal combineren van functies en activiteiten. Want, er zijn ook kansen! Kansen voor het Brabant van de toekomst om energieopgaven en andere maatschappelijke opgaven, zoals leefbaarheid en omgevingskwaliteit, te combineren. En de mogelijkheden te benutten.

We moeten wel stevig van start gaan, want projecten kennen vaak een lange doorlooptijd en omschakeltijd. Er is geen tijd te verliezen. Actie is nodig. En we moeten risico’s durven nemen.
Tegelijkertijd moeten we ook streven naar energie-rechtvaardigheid en draagkracht. Oog hebben voor de verschillende groepen in de samenleving. En bijsturen wanneer nodig.
We moeten ambitieus zijn, maar ook realistisch. Luisteren naar de Brabanders en tegelijk vaart maken. Inwoners eerlijk informeren. Want de fase waarin we zitten is moeilijk voor iedereen. Dus vanaf het begin mensen erbij betrekken. Voortbouwen op de kracht van Brabant. Meebewegen met bottom-up initiatieven en sociale innovatie. Mee laten doen bij projecten zoals bij de windmolens langs de A16 en zo draagvlak creëren door sociale participatie. Alleen dan kunnen we voorkomen dat we over een paar jaar nog steeds moeten praten over hoe het toch komt dat gemeenten en provincie wél het doel onderschrijven, maar veel te weinig doen om het te halen.

Het is duidelijk dat er een directe relatie is tussen de Energieagenda en de Omgevingsvisie. De ambities ten aanzien van duurzame energie en energiereductie zijn in beide dossiers gelijk. In beide gevallen wordt uitgegaan van meervoudig en slim ruimtegebruik, van integraal afwegen en van netwerksturing. De energietransitie is nou eenmaal sterk afhankelijk van meerdere partners en stakeholders van de provincie.

Het komend jaar zal de samenwerking tussen provincie en gemeenten rond de energietransitie zich in het bijzonder richten op de vier Regionale Energie Strategieën in Brabant. Een regionale energiestrategie is een programma van álle partners in de regio. Alle inwoners worden uitgenodigd om mee te doen. Lokale initiatieven worden gestimuleerd. En de rol van de provincie bij de RES’en is vooral faciliterend: beschikbaar stellen van projectleiders, kennis en kunde en zorgen voor bestuurlijke en ambtelijke participatie.

Dus voorzitter, is het heel erg nodig om voor deze mega-grote maatschappelijke opgave voldoende goede mensen en voldoende capaciteit te hebben. De provincie moet immers kunnen leveren! En dat heeft ook personele consequenties. Logisch. De energietransitie is de belangrijkste maatschappelijke opgave van dit moment. Dan moet de organisatie daarop voorbereid zijn.
Er is budget nodig voor allerlei ontwikkelingen samen met anderen en daarnaast willen we volop met anderen kunnen samenwerken. Tot nu toe hadden we hier in huis heel weinig structureel geregeld. Gisteren nog kreeg ik te horen van een duurzaamheidsambtenaar van een gemeente dat het een zoektocht is om hier het juiste aanspreekpunt op energiegebied te vinden. Dat kan beter, dat moet veranderen.
Daarom ondersteunt D66 van harte het voorstel om het OrganisatieKostenBudget incidenteel te verhogen en om, vanwege onze regierol op de energietransitie, structureel 7 fte extra in te gaan zetten in Brabant. De energietransitie is te belangrijk om vooral aan anderen over te laten. Dus nu vooruit!