Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 7 juli 2017

Spreektekst Arend Meijer veehouderijdebat

Het leek de afgelopen 8 maanden wel verkiezingstijd, vond u ook niet? Zelden worden de politieke strijdkleuren in dit huis dikker op geschminkt. Ter linker zijde werd vooral kenbaar gemaakt hoe de natuur zou winnen, ter rechter zijde vooral de economie en twee politieke partijen toonden hun meest conservatieve kant en voorspelden een pessimistisch einde van de veehouderij.

En vandaag bespreken we het dappere midden. Om een term die Madeleine van Toorenburg, leende van een D66, maar eens terug te lenen.

Want zo mogen we dit voorstel wel noemen. Een dappere versnelling om te komen tot een duurzame veehouderij. Een landbouw waar alle Brabanders trots op kunnen zijn.

D66 vindt dat agrarische ondernemers de ruimte moeten krijgen om hun bijdrage te leveren aan de economische ontwikkeling, landschappelijke kwaliteit, natuur en biodiversiteit van het platteland. Agrarische activiteiten mogen nooit de gezondheid bedreigen. Daarnaast moeten zij passen bij het karakter van het gebied, innovatief en zonder overlast voor de omgeving. En bij dat laatste element gaat het in specifieke gebieden mis.

Ten eerste op het gebied van gezondheid. VGO onderzoek, en het Rijk informeerden ons dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor mensen die rondom een geitenhouderij wonen. Een vermoeden waar inwoners al jaren voor strijden, is hiermee voor D66 voldoende bewezen. Het Rijk roept ons hiermee rekening te houden. De stuurgroep Dynamisch Platteland schreef per brief op 3 juli om vandaag in deze Staten verantwoordelijkheid te nemen. D66 heeft daarom voor de Verordening Ruimte een amendement opgesteld.

Ten tweede op het gebied van natuur. De provincie overlegt al vanaf begin 2015 regelmatig met haar convenantpartners. Voor het laatst nog in november jongstleden. Deze partners zijn onder andere de waterschappen, de terein(beheer)organisaties, de Brabantse Milieufederatie en diverse ondernemersplatforms, waaronder de ZLTO. Men bespreekt hier de stikstofuitstoot, voornamelijk in en rondom Natura 2000 gebieden. Centraal staat de vraag: is de agrarische sector onderweg om terug te komen in balans met haar omgeving? En, halen we het afgesproken doel om in 2028 met veel stikstof het milieu te belasten? Naar het blijkt, waarschijnlijk niet en dus moeten we ook in de Verordening Natuurbescherming ingrijpen.

Beweging

De veehouderij in Brabant is erg divers. Naast de verkenners die voor BeterLeven-concepten en biologisch gaan, zijn er ‘high tech’ en grootschalige ondernemers. Maar ook zijn er stilzitters. Ondernemers die, als gevolg van een tekort aan kennis en / of middelen, niet ontwikkelen maar vasthouden aan concepten uit de vorige eeuw.

Overheid, ondernemers en omgeving hebben hier niet tijdig en voldoende op ingespeeld waardoor op een aantal locaties in Brabant veel overlast is ontstaan. Als gevolg hiervan is de economische ontwikkeling in hele regio’s van Brabant op slot gezet. Het bord ging op de winkel: De stikstofruimte is op.

En dus is het tijd voor een grote schoonmaak. Ondernemers die – om welke reden dan ook – hun stalconcepten niet hebben verduurzaamd; moeten een inhaalslag maken. Zij hebben daarvoor 4,5 jaar de tijd.

Voor wie de aanpassing groot is, is er de mogelijkheid voorfinanciering aan te vragen. Over de precieze invulling hiervan komen we nog te spreken, maar laat ik helder zijn: D66 wil dat het college er is voor iedereen die in beweging komt. De ondernemer die in 2020 netjes een plan heeft, een vergunningsaanvraag doet, maar problemen heeft met de financiering of de praktische uitvoerbaarheid vindt bij ons een luisterend oor en de bereidheid om extra leningen beschikbaar te stellen.

Innovatie

D66 vindt dat boeren met innovatieve en vooruitstrevende plannen horen bij Brabant, zij maken de sector in Brabant mooier en sterker.

Landbouw heeft allang niets meer met romantiek te maken; maar alles met intelligent realisme. De Brabantse landbouweconomie is een broedplaats van innovaties. Innovaties die heel direct ecologie, landbouw, landschap, smaakgenot, gezondheid en schoonheid verbinden. Dat zijn waarden waar we in Brabant behoefte aan hebben. Dat zijn innovaties die nu belemmerd worden doordat de ontwikkelruimte op is.

Vorige week bespraken wij met het College al dat het flankerend beleid en de stalderingsdienst daarom specifiek, en vooral, erop gericht moet dat zoveel mogelijk achterblijvers van nu, de koplopers en baanbrekers van de toekomst worden.

D66 was tevreden met de toezegging van gedeputeerde Spierings dat er binnen de stalderingsdienst er beleid zal worden ontwikkeld voor ondernemers die gekozen hebben voor de nichemarkten of werken in concepten als BeterLeven. D66 roept op om ook in het flankerend beleid opties te bieden waardoor duurzame innovaties, initiatieven voor meer dierenwelzijn en crossovers met andere sectoren worden gestimuleerd. Zo wordt de inhaalslag een kans op een dikkere boterham en wordt duurzaamheid beloond. Daar profiteert niet alleen de ondernemer, maar de hele sector van.

Stoppers

In oktober 2016 schreef ING een dik rapport over de financiële situatie van agrarische ondernemers in Nederland. Die bleek belabberd.

D66 heeft begin dit jaar door Wageningen Universiteit onderzoek laten doen naar de financiële positie van land – en tuinbouwbedrijven in Noord-Brabant. Ter illustratie: Uit dit onderzoek blijkt dat 20% van de varkensboeren geen lening meer kan krijgen van de bank; hun solvabiliteit blijkt onder de 30%. Ook blijkt dat de helft van de varkensboeren in de periode 2010-2015 geen droog brood te heeft verdiend. Het gemiddelde inkomen lag onder de armoedegrens van € 22.000 per jaar.

D66 nodigde daarom vertegenwoordigers uit de sector uit om hierover van gedachte te wisselen. Samen onderzochten we de oorzaak waarom boeren zelfs met stevige schulden en een inkomen onder de armoedegrens doorgaan met hun onderneming.

Een belangrijke reden voor de agrarische ondernemer om niet te stoppen is dat “Boeren een way of life” is en stoppen is sociaal ongewenst “Zeker niet als je het bedrijf van je ouders hebt geërfd”. En bij velen is dit het geval blijkt uit de vele aangrijpende reacties die ik de afgelopen weken ontving.

 

Voor veel ondernemers is afscheid nemen van de familietraditie om te boeren een taboe. Dat is begrijpelijk, maar ten koste van wat mag dat gaan? Een oude stal is ook voor de ondernemer zelf een gezondheidsrisico? En bovendien wie help je als je alleen maar werkt voor de schuld bij de bank? Als je geen geld meer hebt voor de opleiding van je kinderen? Als je nu al weet dat je nooit met je kleinkinderen op vakantie kan?

Er zijn ondernemers in Brabant die vast zitten in een metersdiepe put. De gevraagde verduurzaming is voor hen geen optie. In andere sectoren zijn omscholingsprojecten en werk-naar-werk-trajecten succesvol gebleken. voor D66 zijn dat ook hier serieuze opties. Hierover wil D66 met het College in gesprek, welke middelen zien zij en welke perspectieven kunnen we scheppen.

D66 verbindt in dit College de linker- en de rechterzijde van het politieke spectrum. Vanuit die rol in het midden ligt er voor ons nu een verantwoordelijkheid de beide flanken te verbinden. Wij zetten een stap voorwaarts door het gesprek over stoppen als reële optie uit het verdomhoekje te halen en bespreekbaar te maken.

Kort na de zomer zullen we daarom een themabijeenkomst organiseren om hierover met u van gedachten te wisselen.

Samenwerken

Er waren de afgelopen weken veel insprekers. Ingefluisterd door doemdenkers hebben goed bedoelende ondernemers hier soms aangedikte verhalen verteld. Zo hoeft een melkveehouder met een stal uit 2013 pas in 2033 te voldoen aan de aangescherpte eisen. Ook blijken sommige ondernemers te denken dat zij luchtwassers moeten aanschaffen die 95% reductie realiseren, terwijl de provincie dat voor geen enkele sector eist. En de gemiddelde prijs van een luchtwasser werd ineens verdubbeld. Vanuit fanatisme om een strijd te strijden is het blijkbaar geoorloofd de achterban selectief te informeren.

Het is jammer dat de vakorganisaties in dit debat niet de optimistische kant van Brabant laat zien. In onze mailbox zaten namelijk ook reacties van ondernemers die de afgelopen periode volop hebben geïnnoveerd. Vol frustratie zien zij hoe collega’s achterblijven. Terwijl zij druk bezig waren met het toekomstbestendig maken van de sector, zaten collega’s stil. Het hernieuwde provinciaal beleid schept voor hen de ontwikkelruimte waar ze al tijden op wachten en creëert bovendien weer een gelijk speelveld. Zoals één van hen schreef: “Het is pijnlijk, maar realistisch: Stilzitten is ook voor ons niet langer een optie. Beweging in Brabant geldt dus ook voor de boer.”

Hoe nu verder

Om naar de verkiezingsleuzen terug te keren: Inderdaad het College gaf in november iets teveel gas op de plank, zelfs de VVD bleek ervan te schrikken. En her en der zijn er, misschien ook door de socialisten zelf, wat tomaten gegooid. De afgelopen maanden gingen kortom, om ook de PvdA te benoemen, niet over rozen.

Maar Nu Vooruit; zegt een D66-er dan.

Dit College is volop bezig geweest met het zoeken naar draagvlak. Mestdialogen en partneroverleggen hebben meer begrip gekweekt voor elkaars belangen. Vandaag ligt er een voorstel dat tegemoet komt aan die verschillende belangen. Een pijnlijke waarheid die de partners hebben moeten leren: Tegemoet komen is niet hetzelfde als voldoen aan de wensen.

Het moment waarop een overheid normeert is altijd discutabel. Sommige partijen vinden het te laat, anderen te vroeg. Het is vandaag aan ons om vast te stellen of we de voorgestelde interventie wel of niet akkoord vinden. Maar na vandaag is die nieuwe werkelijkheid een feit. De dialoog is vertroebeld geraakt, tot frustratie van alle deelnemers. Voor D66 is de tijd van wij en zij in ieder geval voorbij.

Met oog voor de ondernemers die stoppen, en leningen voor hen die de inhaalslag zien als een stap richting een dikkere boterham en verduurzaming aangrijpen als een kans, en ruimte voor hen die al in de kopgroep zaten in nu door kunnen met hun plannen.

Zo eindig ik met een oproep. Ook aan onszelf. Laten wij allemaal helpen om de versnelling richting een duurzame agrarische sector mogelijk te maken. Door lokaal te kopen, door iets meer te betalen voor het karbonaadje, door de verbinding op te zoeken. D66 roept het College op de tafel opnieuw in het weiland te zetten. En alle Brabanders die de verduurzaming steunen én de boeren een warm hart toedragen zijn van harte welkom aan de tafel.