Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 1 december 2017

Bijdrage Ine Meeuwis aanvullend uitvoeringsprogramma energie

 

Voorzitter,

We streven als D66 naar een groener, schoner en duurzamer Brabant. En, zoals in het bestuursakkoord staat: dat kan alleen als we ook stevig inzetten op de transitie naar duurzaam energiegebruik. Twee jaar geleden zijn we in Brabant voortvarend van start gegaan om invulling te geven aan de energietransitie. En met de aanvulling van vandaag op het toen gestarte Uitvoeringsprogramma Energie gaan we vol op de pedalen naar die energieopgave. Het is nog een lange fietstocht naar een energieneutraal Brabant.

Maar, we zijn niet alleen op het fietspad naar een energieneutrale samenleving. Dat kun je bijvoorbeeld zien aan het nieuwe regeerakkoord. Energie krijgt daarin terecht veel aandacht en D66 maakt dat mogelijk. Ook de Brabander staat achter de transitie. Uit een onderzoek van PON blijkt dat zij de beschikbaarheid van energie het meest belangrijk vinden. Het opwekken van energie uit duurzame bronnen en het voorkomen van schade aan natuur, milieu en klimaat staan op nummer twee en drie. Ook blijken we als Brabanders volop bereid te zijn om deel te nemen aan initiatieven om te verduurzamen.

 Voorzitter, inmiddels zijn er ervaringen opgedaan in de eerste periode, we beschikken over een evaluatie door CE Delft én er zijn nieuwe ontwikkelingen in de energietransitie. De hoofddoelen zijn nog steeds: 14% duurzame energie in 2020 en 100% duurzame energie in 2050. En de ambitie blijft : de invloed van CO2 op klimaat te beperken. Via vernieuwing en innovatie. En nieuwe economische kansen creëren. Waarbij we in het achterhoofd moeten houden: de 14% duurzame energie in 2020, dat gaat lukken volgens de evaluatie van CE Delft, maar de 1,5% energiebesparing per jaar, die halen we nog niet.

Er liggen dus een aantal uitdagingen voor ons. Zeker voor de lange termijn. Om tot 100% duurzame energie in 2050 te komen blijven nieuwe opwek- en besparingsoplossingen nodig. Daarom, ook volgens D66: innovatie, disruptie en samenwerking; dat zijn de antwoorden op de vragen over de lange termijn.

D66 vindt dat er voldoende redenen zijn om de voorgestelde aanvullende middelen nu vrij te maken. Want:

  • Met die middelen kunnen we verdergaan met de versnelling van de energietransitie, via drie voorgestelde impulsen;
  • De impulsen sluiten aan op het in 2016 ingezette Uitvoeringsprogramma Energie (5 thema’s: Energie in de gebouwde omgeving, Smart & Green mobility, Energieneutrale industrie, Energyfarming, Energieke Landschappen).
    Dus:

Akkoord met de 2,5 mln voor de impuls op de ingezette golf: Die impuls volgt immers op al die acties die al in gang zijn gezet binnen de vijf thema’s.

Akkoord met de 3 mln voor de impuls in de toekomst van de energievoorziening, de innovatie-impuls: met focus op de opslag van energie. Oftewel Fuelliance; innovatie en samenwerking op het gebied van energieopslag. Want energieopslag is een cruciale opgave, de zon schijnt immers niet ‘s nachts en meer in de zomer dan in de winter. Goed dat we in Brabant voorop willen lopen met Fuelliance. met innoveren en met disruptieve oplossingen komen. Kansen creëren voor de energietransitie én voor de Brabantse bedrijven en kennisinstellingen;

 

En vol akkoord met de 3,8 mln voor de impuls in de samenwerking; Want voorzitter, we moeten samenwerken aan een gezamenlijke energieagenda, zodat het geheel meer wordt dan de som der delen. Zodat het niet blijft bij kleine, fragmentarische projecten in Brabant. Om vanuit de Brabantse Energie Alliantie-aanpak en de Regionale Energie Allianties echt resultaten te boeken, zal samenwerking en concrete uitvoering in de diverse lokale en regionale netwerken nog flink moeten verbeteren. Samenwerking is cruciaal. D66 is enthousiast over de bedoelingen achter deze Impuls om samen met anderen een netwerkbegroting energie te realiseren. De opgave om ca 6 miljard euro jaarlijks aan energie-uitgaven in Brabant, te vergroenen en te besparen is te groot voor de provincie alleen. We hebben dus een krachtige, gezamenlijke impuls nodig van bedrijven, organisaties, instellingen en overheden die mee organiseren, meebetalen en meewerken. Daarvoor kun je, ook volgens D66, het instrument ‘netwerkbegroting’ inzetten. Met die ‘netwerkbegroting’ benutten we de innovatiekracht en bereidheid tot samenwerking, waarin Brabant goed in is. Wel noodzakelijk is om je te realiseren dat je bij een netwerkbegroting afhankelijk bent van andere partners. We zitten in een netwerksamenleving en de provincie is ‘slechts’ één van de partijen die zich in het energienetwerk bevindt. Dus kun je niet vooraf al alles weten. Bij een netwerkbegroting worden het gezamenlijke investeringsvoorstellen en de partijen moeten de financiële middelen samen bij elkaar brengen.

Mooi, het persbericht van gisteren over de overeenkomst tussen Enpuls en de provincie m.b.t. ondersteuning van energieprojecten voor en door Brabanders in de vorm van een Sociaal Energieteam.

Tot slot voorzitter, naast samenwerking met de partners, moeten we ons blijven afvragen: Hoe wordt de energietransitie echt van iedere Brabander? Hoe krijgen we de Brabanders die willen, daadwerkelijk in beweging? Dat is niet alleen met (technische) innovaties, maar ook met mentaliteitsverandering; toewerken naar een economie waarin we een rijkere invulling willen geven aan ‘groei’ dan daarbij alleen maar denken aan ‘steeds meer’. D66 denkt nadrukkelijk aan Gezondheid met een hoofdletter G. Het besef is er gelukkig al bij veel Brabanders. Dus zit D66 met vertrouwen in de toekomst en met veel energie zit D66 dus op de fiets richting een energieneutraal Brabant.